Jong talent

Philharmonisch Orkest Mozart geeft jonge talenten de kans om te soleren met een symfonieorkest.

Op 11 en 12 mei 2019 soleerde: Belemir Baran, concertmeester van Philharmonisch Orkest Mozart (foto)

Klik hieronder door naar het interview met Belemir:

‘Het Mozartorkest voelt als een grote familie’

Op 8 en 9 december 2018 traden op: Tom Pritchard (filmpje) en Dámaso Escauriaza, studenten percussie aan het Conservatorium van Amsterdam.

In april 2018 traden op: Gabe Clarke (tenor) en Joris van Baar (bariton). Beiden studeren aan het Conservatorium van Amsterdam.

De afgelopen jaren gingen de volgende solisten hen voor: Diechje Minne (2016 – hoorn, foto boven), Seyithan Karabacak (2017 – contrabas) en Renate Apperloo (2017 – cello)

Interview met Belemir Baran:

 

Het Mozartorkest voelt als een grote familie’

 Belemir, je bent nu twee jaar concertmeester van het Mozartorkest. Hoe gaat het?

Ik heb de afgelopen twee jaar genoten. De leden van het orkest zijn heel erg aardig en warm. Het voelt voor mij alsof ik tot een grote familie behoor in plaats van dat ik concertmeester ben. Ik ben onder de indruk van de inzet van de leden van het orkest. Door de goede samenwerking zijn wij in staat om klassieke meesterwerken in te studeren en uit te voeren.

De Schotse symfonie van Mendelssohn is prachtig, verre van makkelijk ook. Kan het orkest dit stuk aan?

Ja, natuurlijk kan het orkest dat, en we kunnen nog veel meer uitdagende symfonieën spelen. Ik weet nog hoe we vorig jaar op werkelijk prachtige wijze de derde symfonie van Schubert speelden, en dat is ook een heel lastig werk. Tijdens de groepsrepetities werken wij altijd hard aan zowel technische als muzikale details tot iedereen zich comfortabel voelt. Daarna gaat het er om te genieten tijdens de uitvoering van deze schitterende Mendelssohn-symfonie.

 Jij soleert zelf met Tsjaikovski, Souvenir d’un lieu cher. Waarom dit stuk?

Toen onze dirigent Leon Bosch mij vroeg om Souvenir d’un lieu cher te spelen wist ik niet dat er een prachtig arrangement is voor viool en orkest van Alexander Glazoenov. Ik vind het heerlijk om het hele stuk te spelen, dus alle drie de delen: Méditation, Scherzo en Mélodie. Elk deel heeft zijn eigen karakter, heeft een eigen verhaal te vertellen. Dit alles in de unieke romantische muzikale taal van Tsjaikovski.

Je hebt je master viool gedaan aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, bij Theodora Geraets. Waarom heb je voor deze master gekozen?

Toen ik mijn bachelor deed in Turkije heb ik het plan opgevat om mijn master in Europa te doen. Ik heb toen op internet naar conservatoriumopleidingen gezocht, en ik heb bekeken wat de toelatingseisen waren. Nederland was de beste optie wegens het hoge niveau van de kunstopleidingen. Ik heb keihard gewerkt en me heel goed voorbereid. Toen werd ik aangenomen aan het Koninklijk Conservatorium met een beurs voor de vioolklas van Theodora Geraets.

Wat heb je van Theodora geleerd?

Natuurlijk heel veel op muzikaal en technisch gebied, maar het belangrijkste is dat ik van haar heb geleerd om elk detail van de muziek te analyseren en te voelen. Pas als je dat hebt gedaan kan je de muziek op een excellente wijze uitvoeren. Als ik studeer is mijn belangrijkste doel niet langer om het stuk technisch en muzikaal perfect uit te voeren. Ik probeer technische problemen op te lossen door meer muzikaal expressief te denken, door helemaal de diepte in te gaan, en zo mijn eigen interpretatie te creëren. Ik ben Theodora heel erg dankbaar dat ik door haar lessen een nieuw perspectief heb gekregen als uitvoerend musicus.

Wat doe je verder?

Ik ben heel erg blij, want ik heb net een verblijfsvergunning voor twee jaar gekregen. Het ministerie van Onderwijs vindt, zo blijkt uit de brief, mijn concertmeesterschap bij het Mozartorkest de belangrijkste reden voor het verlenen van de vergunning.

Ik vind het heerlijk om les te geven. Ik heb een vioolklas met leerlingen van verschillende nationaliteit, leeftijd en spelniveau.

Ik ben verder remplaçant in de Holland Orkest Combinatie, het Zeeuws Orkest en het Brabants Orkest. Met het Hodiernal Quartet speel ik werken van hedendaagse componisten, van wie de meesten zijn betrokken bij het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. In mei gaan we werken aan een balletproject van vier componisten uit Den Haag. De première is in 2020. En met de pianiste Isolde Troost geef ik recitals.

(interview: Ewoud Nysingh)

 

 

Interview met Diechje Minne

‘Dit is een fantastische kans voor mij’

De talentvolle Belgische hoorniste Diechje Minne speelt het eerste hoornconcert van Richard Strauss met  Philharmonisch Orkest Mozart, het oudste symfonieorkest van Amsterdam. Diechje (24) staat voor het eerst voor een symfonieorkest: ‘Het gaat helemaal goed komen.’

Hoe is het zo gekomen, dat jij soleert bij Philharmonisch Orkest Mozart?

‘Vorig jaar studeerde ik aan het Conservatorium van Amsterdam. Ik kon toen auditie doen voor een academieplaats bij het NedPho, het Nederlands Philharmonisch Orkest. Dan doe je een jaar ervaring op bij een toporkest. Bij het NedPho heb ik jullie dirigent leren kennen Léon Bosch, solo-klarinettist bij datzelfde NedPho. Léon heeft mij gevraagd. Hij wil vaker jonge musici laten soleren met het Mozartorkest.
Voor mij is dit een fantastische kans om voor een symfonieorkest te staan. Het is de eerste keer. Als ik soleer is dat altijd met pianobegeleiding of met een harmonieorkest in België.’

Waarom ben je hoorn gaan spelen?

‘Mijn grootvader heeft de harmonie in ons dorp opgericht. Mijn ouders hebben elkaar in de harmonie leren kennen. Mijn nonkels en tantes spelen er ook. Er waren hoorns tekort. Maar dat is niet de reden voor mijn keuze. Mijn moeder speelt dwarsfluit, en dat wilde ik eerst ook. Maar zij wou mij een bredere kijk geven op alle instrumenten. Toen ben ik samen met haar – ik was tien jaar – in een aantal klassen op de muziekschool gaan luisteren en toen ik de hoornklas binnenstapte, wist ik het.’

Waarom?

‘De klank! Ik hoor het heel graag. Het is een warme, ronde klank.”

Wat is er moeilijk aan hoorn spelen?

‘Het mondstuk is klein en fijn, en bij hoorn liggen de hoge noten, de natuurtonen, heel dicht bij elkaar. Dat maakt het soms moeilijk om geen verkeerde noot te spelen. In de Belgische volksmond noemen wij dit rateren van het Franse rater; in Nederland spreekt men van kicksen. Ook zitten er slechts drie ventielen op een hoorn. Veel noten speel je met dezelfde grepen. Je doet dus heel veel met embouchure en lucht. Je moet een goede conditie hebben. Ik ga regelmatig hardlopen.’

Wat doen hoornisten met hun rechterhand?

‘Die plaatsen wij in de klankbeker om een mooie, ronde klank te bekomen. Doen wij dit niet, dan gaat de klank automatisch scherper klinken, en gaat de intonatie ook een stuk omhoog.’

Hoe was de eerste repetitie met Philharmonisch Orkest Mozart?

‘Met een hoorn moet je altijd boven het orkest zien uit te komen. Je moet het orkest dragen. Forte moet dus echt forte zijn. En ik moet het orkest dwingen om bepaalde passages zachter te spelen. De eerste repetitie met het orkest was in dat opzicht een openbaring voor mij. En de muziek van Richard Strauss klonk zoveel mooier. De bogen die je maakt, de lyrische lijnen, ze zijn zoveel logischer als je met het orkest speelt. Het is echt anders als je soleert met een pianist die de hele concertpartij speelt.’

Je staat tijdens het concert met je gezicht naar het publiek, het geluid gaat niet rechtstreeks de zaal in. Is dat een nadeel?

‘Het geluid van een hoornist bereikt het publiek altijd op een indirecte wijze. Het weerkaatst tegen een muur of een gordijn achter het orkest. Je kunt wel een beetje anders gaan staan, zodat het geluid meer direct de zaal in gaat, maar indirect is toch het mooist.’

De vader van Richard Strauss was hoornist. Merk je dat in dit concert?

‘Ja. Alle aspecten van hoorn spelen komen in dit concert terug: hoog, laag, lyrisch, de techniek. Ik speel het graag maar het is niet gemakkelijk. Het eerste hoornconcert van Richard Strauss is het standaard klassieke concert voor hoornisten. Op audities moet je altijd het eerste deel spelen. Nu mag ik eindelijk ook deel twee en drie spelen. Ik kijk er helemaal naar uit.’

Afgelopen zomer heb je je master hoorn gehaald aan het Conservatorium van Amsterdam. Hoe nu verder?

‘Als freelancer pendel ik vanuit mijn woonplaats Antwerpen op een neer tussen België en Nederland. Ik remplaceer in een groot aantal orkesten, waaronder het Brussels Philharmonic, het Gelders Orkest, Philharmonie Zuidnederland… Ook in het NedPho kom ik nog terug. En ik speel kamermuziek met een aantal ensembles. Ik hoop ooit een vaste baan te krijgen in een orkest. Auditeren is niet gemakkelijk, achter een scherm en dan tien minuten spelen. Maar ik ga er graag voor. Intussen blijf ik als freelancer heel veel ervaring op doen.’

interview: Ewoud Nysingh
foto: Ula Wiznerowicz